Van hyperscaler naar Europese cloud

intro

Voor veel organisaties was de keuze voor Azure, AWS of Google Cloud de voorbije jaren vanzelfsprekend. Die platformen maken het mogelijk om snel te starten, bieden veel flexibiliteit en hebben een uitgebreid ecosysteem aan diensten. 

Toch merken we dat die keuze vandaag minder evident is dan enkele jaren geleden. Niet omdat die platformen plots minder relevant zijn, maar omdat organisaties hun cloudomgeving steeds kritischer beginnen te bekijken. Kosten lopen op, afhankelijkheden worden groter en ook vragen rond datasoevereiniteit en controle over opslaglocatie spelen vaker mee. 

Dat zien we ook in recente projecten. Klanten stellen steeds vaker de vraag of een toepassing ook buiten de grote hyperscalers kan draaien, bijvoorbeeld in een onafhankelijke Europese cloud of in een private cloudomgeving.

Global Hyperscalers Microsoft AWS Google

De aanleiding is zelden maar één ding

Zo’n vraag ontstaat meestal niet vanuit één enkele bezorgdheid. Soms begint het bij de kost van infrastructuur, die doorheen de tijd veel hoger uitvalt dan oorspronkelijk verwacht. In andere gevallen gaat het over afhankelijkheid van één specifiek platform, of over de vaststelling dat een toepassing stilaan moeilijk verplaatsbaar is geworden. 

Daarnaast speelt voor sommige organisaties ook de locatie van data een duidelijke rol. Waar wordt data opgeslagen? Binnen welke regio draait de infrastructuur? En hoeveel controle heb je daar zelf nog over? 

Dat zijn geen louter theoretische vragen. Zodra een platform een kritische rol speelt in de dagelijkse werking van een organisatie, worden het heel concrete architecturale keuzes.

Europese cloud als alternatief

In verschillende recente trajecten kwam daarom een migratie naar een Europese cloud in beeld. Daarbij gaat het niet alleen over het verplaatsen van servers of workloads, maar vooral over het opnieuw bekijken van de onderliggende architectuur. 

Welke onderdelen van een toepassing zijn echt afhankelijk van een specifieke cloudprovider? Welke keuzes zijn historisch gegroeid, maar vandaag niet meer noodzakelijk? En waar kan vereenvoudiging of meer flexibiliteit worden ingebouwd? 

Net dat maakt zulke trajecten interessant. Een migratieoefening is vaak ook een moment om opnieuw scherp te krijgen hoe een platform is opgebouwd en welke keuzes op langere termijn het meest houdbaar zijn.

Europese Cloud

Ook de kost komt daarbij opnieuw in beeld

Een van de elementen die in zulke evaluaties vaak terugkomt, is de infrastructuurkost. In projecten waarbij workloads van Azure naar een Europese cloudprovider werden verplaatst, zagen we geregeld een sterke daling van die kost. In sommige gevallen liep dat verschil gemiddeld op tot een factor tien. 

Dat betekent natuurlijk niet dat elke omgeving zomaar één op één kan worden overgezet. Niet elke applicatie heeft dezelfde technische afhankelijkheden en niet elke workload leent zich tot dezelfde optimalisaties. Maar het toont wel aan dat het zinvol kan zijn om bestaande cloudkeuzes niet als vanzelfsprekend te blijven beschouwen. 

Voor toepassingen met een vrij stabiel verbruiksprofiel of een eerder klassieke architectuur kan een Europese cloud op dat vlak bijzonder interessant zijn.

Cloud-onafhankelijk bouwen maakt een groot verschil

Wat in deze trajecten telkens opnieuw relevant blijkt, is de manier waarop applicaties gebouwd zijn. Toepassingen die sterk leunen op propriëtaire diensten van één provider zijn vaak moeilijker te verplaatsen. Applicaties die meer cloud-onafhankelijk zijn opgezet, laten veel meer ruimte om later van infrastructuurmodel te veranderen. 

Daarom blijft cloud-onafhankelijk ontwikkelen een belangrijk uitgangspunt. Niet als dogma, maar als een nuchtere architecturale keuze. Hoe minder onnodige afhankelijkheden worden ingebouwd, hoe groter de bewegingsvrijheid later blijft. 

Dat wordt vooral belangrijk op het moment dat kosten, regelgeving of operationele noden veranderen. Dan is het een groot verschil of een toepassing nog relatief eenvoudig verplaatsbaar is, of volledig vastzit aan één ecosysteem.

Dataopslag binnen Europa

Voor organisaties die bewust bezig zijn met datasoevereiniteit is ook de locatie van infrastructuur en opslag een belangrijk onderdeel van de afweging. Binnen deze trajecten wordt hosting voorzien in Finland, Duitsland en Zwitserland. 

Afhankelijk van de context van een project kan dat een belangrijk argument zijn. Voor sommige organisaties is het een bijkomend voordeel, voor andere een expliciete vereiste. In beide gevallen is het een aspect dat vandaag merkbaar vaker meespeelt in cloudbeslissingen dan vroeger. 

EU Data souvereignty

Private cloud

Niet elke organisatie die haar cloudstrategie herbekijkt, kijkt automatisch naar een publieke Europese cloud. In recente projecten kwam ook private cloud vaker naar voren als vraag. 

Daarbij wordt een afgeschermde omgeving opgezet waarin een organisatie haar platform draait op een cluster van virtuele machines. Dat model is vooral interessant wanneer voorspelbaarheid, eenvoud en duidelijke afbakening belangrijker zijn dan toegang tot een zeer breed ecosysteem aan cloudservices. 

Voor bepaalde workloads levert dat een sterke verhouding op tussen kost, performantie en beheersbaarheid. Zeker wanneer er geen uitgesproken nood is aan hyperscaler-specifieke diensten, blijkt zo’n private cloud in de praktijk vaak een bijzonder werkbaar alternatief.

Geen ideologisch verhaal, maar een praktische afweging

Wat opvalt, is dat deze vragen zelden ideologisch zijn. Organisaties zoeken niet per se “weg van de cloud”, en ook niet per se “weg van hyperscalers”. Veel vaker gaat het om een praktische oefening: past de oorspronkelijke keuze nog altijd bij de huidige noden? 

Soms is het antwoord ja. Soms blijkt dat een Europese cloud of private cloud een logischer model is geworden. En soms is een hybride aanpak de meest realistische uitkomst. 

Precies daarom is het nuttig om die oefening af en toe opnieuw te maken. Niet vanuit een algemene overtuiging, maar vanuit de concrete realiteit van kosten, architectuur, compliance en operationeel beheer.

Een vraag die duidelijk vaker terugkomt

Wat enkele jaren geleden nog een nichevraag leek, komt vandaag merkbaar vaker op tafel. Organisaties willen opnieuw zicht krijgen op hun kosten, meer controle over hun data en meer vrijheid om hun infrastructuurkeuzes in de toekomst bij te sturen. 

Daarmee worden een Europese cloud en private cloud voor steeds meer projecten een ernstig te onderzoeken piste. Niet als vervanging in alle gevallen, maar wel als een volwaardig alternatief in situaties waar flexibiliteit, controle en voorspelbaarheid opnieuw zwaarder beginnen doorwegen.